maandag 3 oktober 2016

Kleutertje

In een vlaag van dommigheid riep ik pas aan tafel; 'En wij leven toch in zo'n saaie tijd'

Ik vond het toen niet dom, ik zei het omdat ik het vond.
We waren ons avondeten aan het eten, thuis, en ik weet niet meer waarom we het over dergelijke dingen hadden, maar blijkbaar ervaarde ik op dat moment de Grote Saaiheid van deze Tijd. Dit kwam voort uit een soort ongenoegen dat ik de noodzaak niet voel/de noodzaak er niet is om er met een spandoek op uit te trekken en leuzen te scanderen, met bh's te slingeren. Ik houd nogal van kritiek geven op dingen, situaties, mensen, voorvalletjes, problemen die ik zelf toch niet op kan lossen, dus in het kader daarvan had ik me best kunnen vinden in de/een protestgeneratie - zonder Baas in eigen Buik.
Meteen nadat ik zei wat ik zei, dat van die saaie tijd, begon Va over dingen als; het gebeurt nu zonder dat je het ziet, het is geheimzinnig, het gaat achter onze rug om, kijk uit, HET IS ER WEL.
Hij kan grote dingen altijd lekker abstract brengen zodat je er nét de vinger niet op kunt leggen terwijl het klinkt alsof hij het allemaal begrijpt - en dit is tot op zekere (grote) hoogte ook zo.
Voor mij geldt dat niet.
En daar zit 'm het probleem in. Ik zie het niet. Ik kan studeren, zonder énige moeite - wat de centjes betreft. Ik heb rechten, als vrouw - meisje. Ik mag stemmen - kleutertje van achttien.
En daar heb ik geen ene reet voor hoeven doen. Nooit niet.

Ik zag zojuist het fragment uit de De Wereld Draait Door waarin Nasrdin Dchar zijn speech hield, over en voor Ieder1.
Die maakte in een kleine zes minuten pijnlijk duidelijk dat de spandoeken de kast wel weer uit mogen en dat krommigheden van déze tijd lang niet zo onzichtbaar zijn als ik dacht.


http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/364398 > zie hier Nasrdin Dchar