maandag 31 oktober 2016

Sloompie

De pensioenleeftijd gaat in 2021 weer omhoog. Een verontwaardigd arbeidzaam mens riep op het internet al 'Ja ja leeftijdsverwachtig'  en iets in de geest van Dat zegt toch niet dat ze zeker weten dat we veel ouder worden en veel meer kunnen werken en verontwaardiging. Er even vanuit gaande dat een mens begint met werken als hij zo'n 24 jaar oud is - een mens is in dit geval ikzelf want voor heel Nederland spreken is wat lastig - en dat je dat vervolgens 43 jaar en een onbekend aantal maanden moet volhouden is best een groot stuk tijd. Vanaf dat wij de baarmoeder verlaten is de Wereld het Leven ingericht op Werken. Naar school gaan jezelf ontplooien heel veel leren vaardigheden leren ervaringen op doen,  als je ziek bent terwijl je op school zou moeten zijn  moet dat het liefst gauw voorbij gaan anders loop je alles wat jou voorbereidt op het Leven mis en als je klaar bent met je voorbereiden op Het Leven mag je het Leven in wandelen, maar wel het liefst met hoge snelheid anders kun je de boel niet bijbenen en aan sloompies heeft de Wereld niets.
En serieus dat we alles nemen, want anders stort de hele constructie in mekaar en als je dan naar de puinhopen staat te kijken wordt het (weer) pijnlijk duidelijk hoe wankel die constructie alias het leven eigenlijk wel niet was.
Dergelijke existentiële twijfels angsten denkbeelden hersenspinsels komen voornamelijk voort uit het feit dat ik werkelijk niet weet waar ik die drieënveertig jaar en dat onbekende aantal maanden mee moet vullen - de tijd daarom heen lijkt geen probleem - en de vraag is welk luciferhoutje in die wankele constructie ik eens zal moeten zijn.

Maar misschien maakt het niet uit dat ik dat tegen het einde van die 24 jaren aan voorbereiding nog niet weet.

maandag 3 oktober 2016

Kleutertje

In een vlaag van dommigheid riep ik pas aan tafel; 'En wij leven toch in zo'n saaie tijd'

Ik vond het toen niet dom, ik zei het omdat ik het vond.
We waren ons avondeten aan het eten, thuis, en ik weet niet meer waarom we het over dergelijke dingen hadden, maar blijkbaar ervaarde ik op dat moment de Grote Saaiheid van deze Tijd. Dit kwam voort uit een soort ongenoegen dat ik de noodzaak niet voel/de noodzaak er niet is om er met een spandoek op uit te trekken en leuzen te scanderen, met bh's te slingeren. Ik houd nogal van kritiek geven op dingen, situaties, mensen, voorvalletjes, problemen die ik zelf toch niet op kan lossen, dus in het kader daarvan had ik me best kunnen vinden in de/een protestgeneratie - zonder Baas in eigen Buik.
Meteen nadat ik zei wat ik zei, dat van die saaie tijd, begon Va over dingen als; het gebeurt nu zonder dat je het ziet, het is geheimzinnig, het gaat achter onze rug om, kijk uit, HET IS ER WEL.
Hij kan grote dingen altijd lekker abstract brengen zodat je er nét de vinger niet op kunt leggen terwijl het klinkt alsof hij het allemaal begrijpt - en dit is tot op zekere (grote) hoogte ook zo.
Voor mij geldt dat niet.
En daar zit 'm het probleem in. Ik zie het niet. Ik kan studeren, zonder énige moeite - wat de centjes betreft. Ik heb rechten, als vrouw - meisje. Ik mag stemmen - kleutertje van achttien.
En daar heb ik geen ene reet voor hoeven doen. Nooit niet.

Ik zag zojuist het fragment uit de De Wereld Draait Door waarin Nasrdin Dchar zijn speech hield, over en voor Ieder1.
Die maakte in een kleine zes minuten pijnlijk duidelijk dat de spandoeken de kast wel weer uit mogen en dat krommigheden van déze tijd lang niet zo onzichtbaar zijn als ik dacht.


http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/364398 > zie hier Nasrdin Dchar





donderdag 11 februari 2016

Van Slablaadjes en Grote Voeten

Omdat ze me bij BEAM niet moeten blijven we lekker zeer regelmatig babbelen op dit medium. Dit was het proefverhaaltje geschreven voor de columnistenvacature bij eerder genoemde organisatie.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Van Slablaadjes en Grote Voeten



Onlangs was er een mevrouw die het stom vond dat alle barbies eruitzien alsof ze één slablaadje per dag eten, of helemaal geen en dat hun nek zo lang is dat een normaal mens met een dergelijke nek het niet zou overleven. En dus knutselde ze een Barbie die gewone (volgens Volkskrant ‘grote’) maten had. Ik bekeek de foto’s die onder het artikel stonden en gunst, die Normalematenbarbie, Grotematenbarbie zo u wilt, dat was ik.

 Ze is haast een kop kleiner, heeft zowaar heupen, dijen en vetjes - van die nare vetjes die plooien veroorzaken daar bij je rug en daar voor altijd blijven zitten, hoe veel of hoe weinig slablaadjes je ook eet. En ze heeft een buik. Ik kon me voor het eerst in mijn hele leven identificeren met Barbie.
Vader noemt mij altijd Sam. Sam is een hobbit (die van Lord of the Rings). Hobbits zijn klein en soms een beetje onhandig, maar ze genieten van de kleine mooie dingen in het leven zoals goed voedsel, fijne vrinden, vuurwerkspektakels van Gandalf, heuvels, bergen, bloemetjes en welverdiende rust. Zoals eerder gezegd zijn ze klein. Ik hield onlangs een presentatie voor een boel mensen in het kader van mijn profielwerkstuk dat onder andere over deze hobbits ging. Om het publiek duidelijk te maken dat hobbits nogal in lengte verschillen van ons mensen illustreerde ik dit even met een handgebaar: ‘Kijk hobbits zijn ongeveer zo groot’ terwijl ik met mijn hand ergens op mijn borst een denkbeeldig lijntje trok. Later zei iemand dat de mensen in de zaal toen een beetje moesten grinniken aangezien er een leerling van hobbitformaat stond te presenteren.
Ook hebben hobbits grote voeten en ze plegen dan ook blootsvoets door het leven te gaan, want waarom schoeisel aan de voeten als die voeten in kwestie net zo goed dan wel beter bestand zijn tegen Moeder Natuur. Ik heb ook grote voeten. Een poging om mijn lengte te compenseren denk ik zo.
In de Gouw – het wonderschone plekje in Midden-Aarde waar deze hobbits wonen – schijnen ze zich helemaal niet druk te maken om wespentailles of negentig-zestig-negentig of onderkinnen en na Oud en Nieuw doen ze vast niet zo wanhopig hun best om er weer uit te zien als voorheen of zoals ze wensten dat ze er voorheen (en nadien) uitzagen. Maar zij hebben hoogstwaarschijnlijk geen barbies.
Wij hebben wel barbies. Maar we hebben ook hobbitverhalen. Ik ben er zelf bijna een. Het is maar net waar je het vaakst naar kijkt.