donderdag 27 november 2014

Column - Proletarïërs aller klassen, verenigt u!

         Proletariërs aller klassen, verenigt u! 

Het komt maar zelden voor dat ik uitroeptekens gebruik om een zin kracht bij te zetten. In dit geval is het noodzakelijk.

Vrinden, word wakker. Onze oogleden worden zwaar. We knikkenbollen maar wat. 
Langzaam worden we onpersoonlijke figuren die alleen maar kennis (horen) op te nemen. Omdat dat het eigenlijke doel van een leerinstelling zou zijn.
Wanneer het Kerstfeest, is vieren wij niet vreugdevol de dingen die er gevierd zouden moeten worden. We zien eruit alsof er niets bijzonders aan de hand is. Stampen gedragen verder door de gangen die levensmoeheid ademen. Tijdens de vieringen vallen we collectief in slaap, terecht. 
En dat terwijl we met zijn tweeduizenden zijn. Tweeduizend mensen die geen idee hebben hoe ze feest moeten vieren.
Of eigenlijk is het nog erger. Het feestvieren wordt ons verboden. Voordat wij arbeiders in de leerfabriek werden, bruisten wij van levenslust.
Wanneer het muziekavond is, staan wij met een handjevol mensen op het podium. Het podium dat al evenveel levensmoeheid ademt als de gangen. 
 We spelen wat. We zingen wat. Achter ons hobbelen wat bij elkaar geveegde technische mensen die de snoertjes wel willen aansluiten. 
Het publiek kijkt toe vanaf zijn houten stoeltje. 
Veert zo nu en dan op wanneer er, tot verbazing van een ieder, een persoon voorbij komt die barst van het talent.
Knikkebolt daarna weer verder. 
Wanneer de lessen beginnen, zakt iedereen onderuit, in een houding die een driedubbele hernia tot gevolg heeft wanneer men hem vaker aanneemt. 
Antwoorden wanneer ons iets gevraagd wordt doen we uiterst kort. Niet krachtig. Vervolgens nemen wij onze herniahouding weer aan. En halen ons slaaptekort van de afgelopen nacht in. 
Waar zijn de toneelstukken (afgezien van het Romantiekproject waarbij niemand zich durft op te geven voor de cast omdat er een grote kans bestaat dat wanneer je dat wel doet je je net goed opgebouwde sociale status wel kunt vergeten)?  Waar zijn de schoolbandjes, die zich ook naast de kerst- en paasvieringen mogen uitleven. Waar zijn de gangen, ondergekliederd door alle kunstzinnigen onder ons. Waar zijn de mensen die zich wél durven te steken in kledingstukken die voor de verandering niet uit de grote, anonieme, door slavenkinderen in standgehouden ketens komen. Waar zijn de goede gesprekken die niet overheerst worden door het apparaat dat telefoon heet.
Waar is onze levenslust?

Laten we eens gehoor geven aan wat Goethe zei, namelijk het volgende: 

‘Iedere dag
Wat goede muziek horen
Uit een goed boek lezen
Een mooi schilderij zien
Een paar redelijke woorden spreken.’

Proletariërs aller klassen, verenigt u!