donderdag 10 juli 2014

Rapunzel is ook voor meisjes van zestien.

Nu heerst er stilte na de storm. Alle oranje gekleurde reclames  kunnen de prullenbak in. Roy Donders moet hard gaan werken aan een nieuwe creatie. Misschien een rouwvariant. Zwart, met een bloedrode leeuw erop. De Bavariajurkjes verdwijnen in de kast en alle in zak en as verkerende dorpsgenoten halen met omlaag hangende schouders de slingers van de straat.
Al het bier dat was ingeslagen voor de finale - waarin in Nederland glansrijk had moeten  winnen van Duitsland zodat we uitzinnig van vreugde zouden zijn en alle zorgen vergeten zouden worden en we gezamenlijk als één volk feest zouden vieren en in een staat van euforie zouden verkeren - wordt nu maar achterover geslagen door alle dikke bierbuikmannen van rond de vijftig die eigenlijk willen huilen maar dat zou hun mannelijkheid aantasten en dat is toch hun eer te na.

Maar er gloort hoop. Want over vier jaar doen we het ongetwijfeld beter.


Te midden van mijn muurschildering in mijn Rapunzeltoren annex nieuwbouwslaapkamer hangt een spiegel, waar twee kaarsen op bevestigd zijn. Ik kwam thuis na de net besproken voetbalwedstrijd en bedacht me toen ik boven was dat het er wel grandioos uit moest zien als ik de desbetreffende kaarsen aan zou steken. Een klein lichtschijnsel zou de muurschildering verlichten en ik zou me in mijn eigen sprookje wanen.
Ik sloop naar beneden en griste een doosje lucifers uit het keukenkastje. Vervolgens sloop ik weer naar boven en stak de kaarsen aan na drie lucifers te hebben gesloopt en wel drieduizend rampscenario's over zwartgeblakerde, instortende huizen door mijn toedoen te hebben bedacht.
Maar dat al viel in het niet bij het resultaat van twee vlammetjes. Ik heb een half uur lang vol verwondering naar mijn muur gestaard.
Mijn nieuwbouwslaapkamer leek zowaar op een Rapunzeltoren.