donderdag 17 april 2014

Het artikel dat de censuur niet overleefde

Toen blauw de kleur van agressie werd

Een vrouw met springerig rode haren schuifelde wat heen en weer voor het bord, schraapte haar keel en begon. Begon met een nadere uitleg over de functie van blauwe regenjassen, portofoons (ook wel de nostalgische walkietalkie) en registratieformulieren. Ze had er vijftig minuten voor nodig. 
Een week later stond er een man voor het bord. Weliswaar zonder springerige rode haren , maar met een ander soort springerigheid, die zich manifesteerde in wild gehuppel door de klas om ons zo duidelijk te maken hoe het Blauwjassenproject in de praktijk uitgevoerd zou moeten worden. We knikten ja, lachten om zijn Brabantse tongval, verbeterden waar nodig  (‘hun’ als onderwerp werd met een zéér hoge frequentie gebruikt; in een klas vol 
vwo-4-leerlingen is geheel op eigen risico en u weet bij voorbaat dat vrijwel niemand dat onbestraft zal laten).
Die lessen zijn nu lang geleden en al enkele maanden patrouilleren de Blauwjassen elke pauze gedwee op alle plekken waar het nodig schijnt. Touwtjes onderaan de jas keurig dichtgeknoopt, dat moet. Gewapend met een walkietalkie voor noodgevallen en registratieformulieren voor tegendraadse leerlingen. 
Enkele leerlingen lijken geen gehoor te geven aan de oproep (lees bevel) de Blauwe jas aan te trekken en met een opgeheven hoofd een ieder die de school bevuilt te straffen. Aan deze standvastigheid hangt wel een prijskaartje. Een te betalen prijs. 
De lessen van mevrouw Roodhaar en meneer Brabant ( vooral die van meneer Brabant) hebben wel hun vruchten afgeworpen. Geen enkele Blauwjas waagt het je persoonlijke cirkel binnen te treden, alle touwtjes zijn dichtgeknoopt, berispingen gebeuren over het algemeen op een vriendelijke toon en de bergen overblijfselen van versnaperingen e.d. lijken ietwat te slinken. Maar of deze vruchten het eten waard zijn, weet ik nog niet zo zeker. Ik reageer geagiteerd als mensen mij commanderen, met een uitgestreken gezicht vertellen wat ik behoor te doen. Mijn gezicht antwoordt hierop door een onaangename uitdrukking aan te nemen en in samenwerking met mijn stem een offensief beginnen tegen de bevelhebber in kwestie. Ik ben, naar ik meen, niet de enige die aan deze stoornis lijdt. Misschien is het geen stoornis, maar een ingebouwd gevoel van eigengereidheid dat bij ieder mens te vinden is, zij het bij iedereen in verschillende mate. Het is me nog niet één keer gebeurd dat een Blauwjas mij vroeg een papiertje op te ruimen. Er was wel een keer een Twixpapiertje dat ik met mijn voet onder de verwarming schoof omdat ik dacht dat niemand het dan zou zien. Maar niets ontgaat het nietsontziende oog van een Blauwjas. En dat werd meteen bevestigd. De retorische vraag ‘Zou je dat alsjeblieft even willen opruimen’ werd gesteld, maar niet aan mij. Ik voelde me ietwat schuldig, maar gniffelde tegelijkertijd toen degene die het bevel ter ore nam, door de knieën ging en het Twixpapiertje vervolgens in de prullenbak deponeerde.
Volgende week ben ik Blauwjas. 
Ik heb altijd al geleden aan een dictatoriale stoornis. Misschien is het geen stoornis. Maar een gevoel van willen heersen, dat ieder mens, zij het in verschillende mate, in zich heeft. 

Geschreven door Anne