donderdag 27 november 2014

Column - Proletarïërs aller klassen, verenigt u!

         Proletariërs aller klassen, verenigt u! 

Het komt maar zelden voor dat ik uitroeptekens gebruik om een zin kracht bij te zetten. In dit geval is het noodzakelijk.

Vrinden, word wakker. Onze oogleden worden zwaar. We knikkenbollen maar wat. 
Langzaam worden we onpersoonlijke figuren die alleen maar kennis (horen) op te nemen. Omdat dat het eigenlijke doel van een leerinstelling zou zijn.
Wanneer het Kerstfeest, is vieren wij niet vreugdevol de dingen die er gevierd zouden moeten worden. We zien eruit alsof er niets bijzonders aan de hand is. Stampen gedragen verder door de gangen die levensmoeheid ademen. Tijdens de vieringen vallen we collectief in slaap, terecht. 
En dat terwijl we met zijn tweeduizenden zijn. Tweeduizend mensen die geen idee hebben hoe ze feest moeten vieren.
Of eigenlijk is het nog erger. Het feestvieren wordt ons verboden. Voordat wij arbeiders in de leerfabriek werden, bruisten wij van levenslust.
Wanneer het muziekavond is, staan wij met een handjevol mensen op het podium. Het podium dat al evenveel levensmoeheid ademt als de gangen. 
 We spelen wat. We zingen wat. Achter ons hobbelen wat bij elkaar geveegde technische mensen die de snoertjes wel willen aansluiten. 
Het publiek kijkt toe vanaf zijn houten stoeltje. 
Veert zo nu en dan op wanneer er, tot verbazing van een ieder, een persoon voorbij komt die barst van het talent.
Knikkebolt daarna weer verder. 
Wanneer de lessen beginnen, zakt iedereen onderuit, in een houding die een driedubbele hernia tot gevolg heeft wanneer men hem vaker aanneemt. 
Antwoorden wanneer ons iets gevraagd wordt doen we uiterst kort. Niet krachtig. Vervolgens nemen wij onze herniahouding weer aan. En halen ons slaaptekort van de afgelopen nacht in. 
Waar zijn de toneelstukken (afgezien van het Romantiekproject waarbij niemand zich durft op te geven voor de cast omdat er een grote kans bestaat dat wanneer je dat wel doet je je net goed opgebouwde sociale status wel kunt vergeten)?  Waar zijn de schoolbandjes, die zich ook naast de kerst- en paasvieringen mogen uitleven. Waar zijn de gangen, ondergekliederd door alle kunstzinnigen onder ons. Waar zijn de mensen die zich wél durven te steken in kledingstukken die voor de verandering niet uit de grote, anonieme, door slavenkinderen in standgehouden ketens komen. Waar zijn de goede gesprekken die niet overheerst worden door het apparaat dat telefoon heet.
Waar is onze levenslust?

Laten we eens gehoor geven aan wat Goethe zei, namelijk het volgende: 

‘Iedere dag
Wat goede muziek horen
Uit een goed boek lezen
Een mooi schilderij zien
Een paar redelijke woorden spreken.’

Proletariërs aller klassen, verenigt u!

maandag 27 oktober 2014

Frederik die bellen blies

Resultaat van net iets minder dan tweeënhalfuur ploeteren met een explosieve blaas, ook wel een toetsverhaal.






Frederik die bellen blies

 
  ‘Noem een kind een kind en het bezit alle rechten om wandaden te verrichten die een normaal mens verafschuwt.’ Jakobus stopte even en snoot zijn neus. Ging verder met zijn redevoering. Het kwam erop neer dat kinderen van de aardbodem zouden moeten verdwijnen of dat ze berecht zouden moeten worden als volwassenen.
Frederik knikte.
Het belletje rinkelde. Er stoof een meisje naar binnen, een dikke mevrouw die hoogstwaarschijnlijk haar moeder was ,sjokte achter haar aan. Stuivende meisjes waren het teken om te vertrekken.

 
Jakobus liep met opgeheven hoofd de winkel uit. Haalde zijn opschrijfboek uit zijn jaszak en schreef wat.
Enkele notities van Jakobus :

Lucht met twijfelachtige kleur, grijs of wit met wat blauw erbij.
Hoogstwaarschijnlijk zo’n negentien graden.
Weggejaagd worden door stuivende kinderen vond vroeg plaats vandaag.

 
Hij liep verder. Gooide onderweg wat muntjes in de vijver. Wenste dat kinderen voortaan geboren zouden worden met de hersenen van een volwassene en dat ze het dan wel uit hun hoofd zouden laten zich zo achterlijk te gedragen en alleen maar aan zichzelf te denken.
Jakobus wenste dit elke dag wanneer hij weer was weggejaagd door een stuivend gevaarte en het feit dat hij vrijwel elke dag wel een keer weggejaagd werd door een stuivend gevaarte wees erop dat zijn wens nog niet uitkomen was. Maar hij had muntjes genoeg.  

 Jakobus ging op zijn vaste bankje onder de grote boom aan de rand van het plein zitten. Pakte zijn opschrijfboek. Noteerde wat hij zag. De lange, spichtige zakenman met een aktetas die uitpuilde van de papieren die vast heel belangrijk waren. Hij had altijd haast.  De mevrouw van de winkel aan de overkant die elke dag met een droevig gezicht een sigaret oprookte om de sleur van het kassabestaan te doorbreken. Hordes meisjes die het niet nodig vonden hun algemene ontwikkeling op peil te houden en daarom hun leven doorbrachten hier, op het plein en de leerplicht aan hun laars lapten. Ze rookten ook sigaretten. Heel veel. En moeders, heel veel moeders met gillende kinderen.
Het begon te schemeren  en Jakobus achtte het tijd om te gaan.

 Hij stapte zijn kantoor binnen. Botste bijna tegen de baas op. Hij vroeg zich af wat de baas in zijn kantoor deed. Hij vroeg zich af wat dat meisje naast de baas in zijn kantoor deed.
‘Dag Jakobus, dit is Pientje. Pientje wilde weten wat ik zoal deed in het dagelijks leven. Ik vond vandaag een mooie dag om haar dat te laten zien.’ Jakobus keek ondertussen naar de plas water op de grond. Er dreven stukjes groen in. Met zijn ogen volgde hij het spoor van de plasjes. Het stopte bij zijn bureau. De kom was omgevallen. Om de zoveel tijd drupte er een druppeltje op de grond.
Hij keek naar Pien. Aan haar handen kleefden stukjes groen.

 
Het belletje rinkelde.
Hij liep meteen door naar de uiterste uithoek van de winkel en ging op zijn krukje zitten. Haalde zijn opschrijfboekje uit zijn zak en vertelde Frederik over alles wat hij vandaag had gezien. Frederik knikte zoals hij altijd bevestigend knikte als Jakobus vertelde. Jakobus vond dat een erg prettig gebaar.  Veel meer kon je van iemand als Frederik ook eigenlijk niet verwachten en dus deed hij dat ook niet. Het was fijn om je belevenissen aan iemand te vertellen die niet stoof. Alleen wat belletjes blies. Omdat Jakobus vaste klant was, ook al kocht hij nooit iets, mocht hij het personeelstoilet gebruiken.Terwijl hij naar het kleine spinnetje boven in de hoek staarde gebeurde er iets vreemds.
Eerst rinkelde het belletje.

Er kletterde iets.
Er gilde iets.

Zijn nieuwsgierige aard gebood hem gauw zijn broek dicht te knopen en met volle vaart vloog hij terug de winkel in.

De grote bak was omgevallen.
Water stroomde over de grond.
Midden in de plas water stond een meisje.  Aan haar handen kleefden stukjes groen.

donderdag 9 oktober 2014

Appels

Wanneer men een denderend schoolkrantartikel af zou moeten leveren gaat het allemaal mis.
Kijkt met lege ogen voor zich uit.
Vier schilderijen.
Vier verschillende appels.
Achter me een schilderij met een man met een hoed. En een appel voor zijn hoofd.
Appelfanaten.
Ik kan hier meer van genieten dan van de 'stillevens' thuis die geen stillevens zijn maar tot stillevens zijn omgedoopt door meneer Oevermans.
Een Korenschoof. Die er al zo lang hangt dat ik de schoonheid ervan ben vergeten.
Een verkleurd oud huisje te midden van een impressionistisch landschap.
Dan zijn er ook nog twee schoenen. Kistjes. Afgetrapt.  Sombere kleuren. Mooi schilderij.
Daniël zei vroeger altijd 'Dat zijn mijn schoenen.'
Mama en ik gingen altijd eten bij Daniël brengen.

Om tien over half drie waren er audities. Voor het toneelstuk van het Project Romantiek in februari.
's Ochtends net na achten had ik mijn Frans presentatie over Van Gogh en omdat ik niet zo goed kan omgaan met het fenomeen Presentatie ging het weer helemaal verkeerd.
Behalve het stuk over dat hij zijn eigen oor er af sneed. Dat ging verbazingwekkend vloeiend.
Ik had dus eigenlijk wat goed te maken.
Tot tien over half drie heb ik zitten twijfelen. En wel zo dat de mensen die in mijn buurt waren er erg blij van werden.
Wat ze overigens niet tegenhield alle voordelen en leukigheid te vertellen en te herhalen en herhalen en herhalen en herhalen en herhalen.

Het werkte.

Ik heb me opgegeven.

Er was geen sprake van afvallen. We zijn maar met acht mensen. Zal wel te maken hebben met het feit dat we een 'aparte vwolichting zijn. En dom. Geen hoogte van te krijgen. Het voelt niet goed bij ons.'
Is althans de bescheiden mening van een onzer leraren.

zaterdag 4 oktober 2014

Rode lap met ruitjes

Van school wordt een mens productief.
Kort verhaal nummer twee.



Rode lap met ruitjes

‘VERVLOEKT ZIJT GIJ, GIJ EN UW HUISGENOTEN!’ 
De kakkerlak en zijn gevolg bliezen de aftocht en verdwenen weer onder de kast.  
Vermoeid na deze redevoering plofte François op bed. Een latje van de lattenbodem begaf het en viel op de grond. 
‘MENEER FRANÇOIS WAAG HET NIET NOG EENS ZO TE BRULLEN WANT IK SCHROOM NIET U AF TE RANSELEN MET MIJN MATTENKLOPPER.’ Krijste de oude onderbuurvrouw die niets anders in haar leven deed dan boos zijn.  
Er waren erg veel overeenkomsten tussen hem en de onderbuurvrouw, maar dat had hij nog nooit tegen haar gezegd.  Haar huis werd altijd overbevolkt door kinderen. Krijsende kinderen. Kindergekrijs was vele malen erger dan buurvrouwgekrijs. 

Hoewel zijn botten piepten en kraakten als een aftandse machine die wel wat olie kon gebruiken , vertikte François het om een rollator aan te schaffen.  
En dus duurde het ruim een half uur voor hij aankwam bij de oude, stoffige bibliotheek twee straten verderop. Het was precies de route waar alle kinderen van de buurt buiten speelden. Ook wel elkaar bevochten, brulden als woeste kannibalen, zwerfkatten stenigden en nog duizend meer soortgelijke kinderpraktijken. Vol afschuw ging François elke week deze lijdensweg, terwijl hij zijn gezicht bedekte met de rood geruite zakdoek. Die kinderlijke schepsels keken hem nu hoogstwaarschijnlijk na als een aap in de dierentuin, maar hij zag hen toch niet en dat was precies de bedoeling. 

‘Zou u het attribuut zakdoek van uw hoofd willen verwijderen, anders moeten wij u helaas vragen dit gebouw te verlaten.’ Piepte de magere bibliotheekmevrouw.
Met een wild gebaar trok hij de zakdoek van zijn hoofd. ‘Gij onnozel mens, alsof ik met deze doek op mijn hoofd in staat ben een paar goede boeken uit te kiezen.’
Overrompeld door deze harde, doch wijze woorden draaide ze zich om en stiefelde weg. 
Hij keurde haar geen blik meer waardig en begon met zijn boekenzoektocht.  Maar hij was nog geen twee minuten bezig of er botste een jongetje tegen hem aan. De scheldkanonnade die hij op elk kind afvuurde schoot al bijna zijn mond uit toen het jongetje fluisterde ; ‘ Als je je rode zakdoek terug wilt, haal je binnen nu en drie minuten het schilderij dat je achter je hangt van de muur. Ik wil het hebben. Maar hij hangt te hoog.’ 
François’ hand vloog naar zijn broekzak, waar de zakdoek behoorde in te zitten. Hij vond hem niet. Het jongetje wapperde het doekje treiterend heen en weer. 
‘Onschuldige oude mannen behoor je met u aan te spreken.’ fluisterde François op zijn meest woeste fluistertoon. 
Het jongetje trok zijn wenkbrauw op. ‘Tegen kinderen moet je aardig doen.’
‘Dan wordt ons allebei iets opgedragen wat we onmogelijk ten uitvoer kunnen brengen.’
‘Ik wil het schilderij.’
François keek om zich heen. De magere bibliotheekmevrouw stond helemaal aan de andere kant de brandschone vloer te vegen.  Langzaam liep hij naar de plek waar het schilderij hing. Het was een afzichtelijk schilderij.  Kinderschilderij. 
Geluidloos griste hij het van de muur. 
Het jongetje bleef wapperen.

François  rende. Zijn hart roffelde bijna zijn borstkas uit en zijn longen piepten en gierden alsof ze het bijna begaven.
Dat deden ze ook. 
Het puntje van de zakdoek hing uit zijn broekzak. 
Daar was een bankje.  Hij minderde vaart , zeeg neer op het bankje en bekeek het schilderij dat hij in zijn handen had  nog eens goed. 
Langzaam haalde hij het uit de lijst en begon er een vliegtuigje van te vouwen. 

dinsdag 23 september 2014

Drie Droevige Straaltjes

Het allereerste Korte Verhaal
In opdracht van meneer Admiraal

School is best wel ergens goed voor soms

-------------------------------------------------------------------------------------

                                                   Drie Droevige Straaltjes                            

 

De oude buurman die Gregorius heette zat op een bankje aan de overkant en voorzag wat duiven van hun ontbijt.
Voor de rest zag hij, vanuit het kleine gat in de boom alleen wat fanatieke toeristen die gewapend met fototoestellen over het plein struinden omdat dingen er in de ochtendzon mooi uit zien. Hij achtte dit publiek onoplettend genoeg om naar het Kleine Fonteintje te lopen zonder dat hij te veel opviel en ze foto’s van hém zouden gaan maken. Al was de hele wereld onoplettend en kende niemand zijn naam en leek niemand daar ook maar enige behoefte aan te hebben en maakte het niet uit of hij nu op het drukste moment van de dag naar buiten ging, of nu.
Hij spurtte naar buiten. Regelrecht naar het Kleine Fonteintje.
Er kwamen drie droevige straaltjes water uit. Hij zakte door zijn knieën , viste een tandenborstel en tandpasta uit de zak van zijn verschoten pakjasje, hield de tandenborstel met spul erop onder het middelste droevige straaltje en begon te poetsen.

 
Genietend van het feit dat de vieze ochtendsmaak weer uit zijn mond verdwenen was huppelde hij terug naar de Holle Boom.
Toen hij de Holle Boom voor het eerst zag stond die leeg en hij had de gelegenheid te baat genomen er zijn huis van te maken. Hij had er per slot van rekening geen. Nu woonde hij er samen met zijn metgezel Beer. Beer was de beste beer van de wereld want hij was het enige wezen op aarde dat de moeite deed om naar hem te luisteren, iets wat hij al bijna zijn hele leven volhield. Dat was wat hem de beste beer van de wereld maakte.  

 
Nadat hij Beer begroet had, die op een stapel boeken zat, plofte hij in zijn hangmat die ook bed was en hij voor het gemak maar hangbed was gaan noemen. Het was niet zijn beste zelfverzonnen woord. Maar Beer was de enige die hoorde wat hij zei dus dat gaf niet zo veel want de rest van de wereld interesseerde het hoogstwaarschijnlijk niets wat voor namen hij zijn meubilair gaf. Het scheelde de rest van de wereld hoogstwaarschijnlijk niet dat hij bestond.  Terwijl hij nadacht over deze dingen en nog meer begon de grond te trillen. Niet hard. Maar toch zo dat hij het voelde terwijl hij vijftig centimeter boven de grond bungelde. Beer viel voorover.
Verbaasd keek hij over het randje van zijn hangbed. Theoretisch gezien was het helemaal niet mogelijk dat er een aardbeving plaatsvond in een holle boom die geworteld was op een plek waar aardplaten totaal niet de behoefte hadden om een aardbeving te veroorzaken. Toch bleef de grond bewegen en omdat hij te ver over het randje hing viel ook hij op de grond. Drie centimeter voor zijn ogen begon de grond nu werkelijk te scheuren.
Er knalde er een hoofd door de scheurtjes.
Aan het hoofd zat het lijf van een dikke meneer dat omhuld werd door een pak met streepjes.
‘ik had me de wijde wereld toch iets wijder voorgesteld.’
‘De wijde wereld is alleen wijd als je hem vanaf de juiste plaats bekijkt en ik geloof niet dat dat in uw geval gelukt is.’
‘ Voordat u me verplettert met nog meer diepe wijsheden wil ik u graag een voorstel doen, beste man van wie ik de naam niet weet.’
‘Ik weet mijn naam niet meer. Niemand zegt ooit mijn naam want er is niemand op deze aarde die tegen mij praat. Ik praat wel met Beer, die daar ter aarde is gestort door uw wat luidruchtige komst. Maar mijn naam zegt hij niet. Beren zijn over het algemeen geen praatgrage dieren, ziet u.’
De dikke man keek even naar Beer.
‘Zullen we ruilen?  Ik ga de wijde wereld van de goede plaats bekijken en jij gaat naar de plaats waar ik vandaan kom. Iedereen kende er mijn naam. Iedereen zal er jouw naam kennen. Dat jij die van jou vergeten bent doet er niet toe, want ze geven je een nieuwe. De mijne was ik overigens helemaal vergeten te melden, het spijt me. Zesdrienulzeven, aangenaam.’
Het klonk aanlokkelijk.
‘Laten we ruilen.’

 
‘Het is hier veel groter dan in de Boom. Ongezelliger. Maar wel groter.’ zei hij opgewekt tegen Beer. Beer zat tegen de muur en nam met zijn starende blik de geheel nieuwe omgeving nauwkeurig in zich op. ‘Ik kruip zo nog wel even terug om wat boeken en andere overlevingsmiddelen op te halen. Dan hebben we het een en ander te doen als we wachten op mijn naam.’
Hij liep naar het gat in de grond die het begin, of het einde was van de lange tunnel die hij net bewandeld had. Wurmde zich erdoor heen en ging op weg. De weg stopte al na zo’n tien meter. Verder gaan was onmogelijk en hoewel hij tijdens het wachten op zijn naam eigenlijk wel wat wilde lezen zat er niets anders op dan terug te keren.

 

‘ZESDRIENULZEVEN. DINER. OPEN HET LUIK.’ 
Met een ruk schoot hij overeind en liep naar de deur waar een klein luikje inzat, hij maakte het open en keek door de kleine opening. Een hand schoof een dienblad met een wat triest uitziend broodje en een kroes gevuld met een troebele substantie erin naar binnen.
‘Eh, dank u zeer vriendelijk voor deze lekkernij, maar ik ben niet meneer Zesdrienulzeven. Die is de wijde wereld in om precies te zijn en ik wacht nu hier op mijn nieuwe naam want de oude ben ik vergeten.’
Het luikje knalde dicht.

 
Het brood was vies. De inhoud van de kroes smaakte naar slootwater. De streepjes op de muur vertelden hem dat dit diner hem al zeventien en een halve dag werd voorgeschoteld. Ze noemden hem al zeventien en een halve dag Zesdrienulzeven.
Zo heette hij verdorie helemaal niet, dat probeerde hij de hand met het dienblad elke keer weer duidelijk te maken. Maar het antwoord bleef een knallend luikje. Om de tijd wat te doden grabbelde hij in de zak van zijn pakjasje en viste er een krijtje uit.  Op de muur verscheen langzaam het Kleine Fonteintje. Drie droevige straaltjes dropen naar beneden.
Opnieuw rommelde hij wat in zijn zak en haalde de tandenborstel  tevoorschijn. Verslagen keek hij naar de drie droevige straaltjes op de muur.
‘Och Beer, zelfs het recht op tandenpoetsen is ons bruut ontnomen.’

 

 

dinsdag 9 september 2014

De Afgrond der Levenloze Scholieren


Ik heb nooit begrepen waarom er  mensen op deze wereld zijn die bij het zien van hun nagels denken ;  nou, dit overheerlijke stukje eiwit keratine (het ongeëvenaarde ingrediënt waar nagels van gemaakt zijn) doet mij het water in de mond lopen, om het vervolgens al smakkend op te peuzelen totdat  zelfs een bloedsausje de smaaksensatie compleet maakt.

 
Totdat ik mijn economietoets ging leren in de één na laatste toetsweek vorig jaar. Gemiddelde totale kosten monopolie oligopolie volkomen concurrentie pareto efficiëntie abstracte markten en nog veel meer enge dingen dreven mij tot het uiterste.

 

Ik at ze op.

Weliswaar wat karig, zonder saus.

 

Hieraan moest ik denken toen ik vijf minuten geleden bedacht dat ik weer wat hersenspinsels kwijt moest - wederom studieontwijkend gedrag want in plaats van dat ik mijn nagelperikelen beschrijf op het wereldwijde web hoor ik nu een kort verhaal te schrijven voor Nederlands maar het gaat zo dramatisch slecht dat ik er wel van kan huilen en om dat al te compenseren ik voor de gemoedsrust toch iets wil schrijven. Zij het over bovenstaande droevige onderwerpen.

Voordat bovenstaande droevige onderwerpen opgeschreven waren is mijn duim mooi bijgewerkt.

Ook zou ik nu officieel honderdvijfentwintig mensen blij moeten maken met flitsende reclamefolders.

 

Ik heb wel  mijn huiswerk  goed gemaakt.

 

Ik ga wel te laat naar bed.

 

Ik kijk programma's die bestaan omdat er mensen zo stom zijn zich te laten vernederen op televisie en daarmee het vermaak voor de sadistische en op leedvermaak gerichte mensen mogelijk te maken. (Hollands' volgende topmodel) (ja zo diep ben ik gezonken) (ik kan mijn op leedvermaak gerichte aard niet ontkennen) (al zegt mijn empatisch vermogen dat ze heel zielig zijn, die meisjes. Zijn ze ook. Zij hebben meer recht om te huilen dan ik om mijn lelijke korte verhalen want ze zijn heel mooi maar de harde modemensen doen net alsof ze dat niet zijn en dat vinden de televisiekijkende mensen dan weer leuk want zij, duizondmaal zo dik als de dikste deelnemers van Hollands'volgende topmodel worden lekker niet bekritiseerd.) (Maar ik vind ze zielig.)

Ik beleef wel nog steeds plezier aan het lezen van boeken.

Ik ben nog steeds schoolkrantredacteur.

Ik ben nog steeds enigszins geïnteresseerd in wat er in de wereld gebeurt.



 

Ik ben nog net niet helemaal in de Afgrond der Levenloze Scholieren gestort.





En o ja. Ik , of eigenlijk mama, heb Dr. Martens besteld. Maakt me best blij.

vrijdag 11 juli 2014

Simon & Garfunkel

Hersenspinsels zullen nooit ophouden met ronddwarrelen, hoe je ze ook toespreekt of probeert te temmen of een poging doet tot ze uit te zetten of weg te sturen ver uit de buurt van je hoofd.

Zo ook bij mij. 
En aangezien er momenteel niemand in de kamer loopt waartegen ik kan brabbelen en wauwelen en dergelijke kan ik het niet laten dit grandioze liedje te delen - niemand kan ontkennen dat dit liedje werkelijk prachtig is - met mijn enorme lezerspubliek. 








Spamvakje

Na mijn deprimerende verhaaltje geschreven te hebben bekeek ik even mijn mail.
Weinig mensen hadden me iets te melden maar in mijn Spamvakje zat zowaar één mailtje.
En waarom deze zich in het Spamvakje bevond lijkt me vrij duidelijk.


Ik vraag me af wat voor mensen nu meteen naar de winkel vliegen. Want ja, op=op


Maar crocs zijn zo om te huilen zo lelijk. Is althans mijn bescheiden mening.




Bij gebrek aan beter

Gisteren keek ik samen met Inge 'Perks of being a wallflower' en ik ben er nu geheel van overtuigd dat ik in de verkeerde tijd geboren ben.
Muurbloempje Charlie is zestien zo rond 1990 en het hele boek staat vol met nummers van rond die tijd. Ik heb meteen de afspeellijst op Spotify opgezocht en die afspeellijst verblijdt mijn oren nu al de hele morgen.
Die muziek is zoveel leuker dan het geboenk en gedreun en geschreeuw in de liedjes die vandaag de dag verschijnen.
Maar toen was daar Spotify en kan de mensheid werkelijk waar a l l e s beluisteren en is dat 'ik ben in de verkeerde tijd geboren' eigenlijk geheel niet relevant omdat je je toch nog in de vorige eeuw kunt wanen en je, als je dat doet, zelfs nog hipster en alternatief en wat al niet meer bent.

Charlie had ook geen computer dus hij moest zijn belevenissen wel schrijven met behulp van een typemachien. Ik zou liegen als ik zei dat een typemachien fijner typt dan een toetsenbord. Maar ik kan ook niet ontkennen dat een typemachien veel meer uitstraling heeft dan een computer waar schrijven , technisch gezien, geen moeite kost. En hij is tenslotte mijn Beste Vriend.

Het schrijfvoornemen gebiedt mij verhaaltjes te schrijven en wel minstens één per dag , maar wat er vandaag uit mijn vingers komt is om te huilen.
Vanavond ga ik op kamp, en meestal levert dat duizonden kilo's inspiratie op dus na het weekend kan ik weer volgeladen met hoop verder gaan met het vertellen van mijn hersenspinsels aan deze wereld.





donderdag 10 juli 2014

Rapunzel is ook voor meisjes van zestien.

Nu heerst er stilte na de storm. Alle oranje gekleurde reclames  kunnen de prullenbak in. Roy Donders moet hard gaan werken aan een nieuwe creatie. Misschien een rouwvariant. Zwart, met een bloedrode leeuw erop. De Bavariajurkjes verdwijnen in de kast en alle in zak en as verkerende dorpsgenoten halen met omlaag hangende schouders de slingers van de straat.
Al het bier dat was ingeslagen voor de finale - waarin in Nederland glansrijk had moeten  winnen van Duitsland zodat we uitzinnig van vreugde zouden zijn en alle zorgen vergeten zouden worden en we gezamenlijk als één volk feest zouden vieren en in een staat van euforie zouden verkeren - wordt nu maar achterover geslagen door alle dikke bierbuikmannen van rond de vijftig die eigenlijk willen huilen maar dat zou hun mannelijkheid aantasten en dat is toch hun eer te na.

Maar er gloort hoop. Want over vier jaar doen we het ongetwijfeld beter.


Te midden van mijn muurschildering in mijn Rapunzeltoren annex nieuwbouwslaapkamer hangt een spiegel, waar twee kaarsen op bevestigd zijn. Ik kwam thuis na de net besproken voetbalwedstrijd en bedacht me toen ik boven was dat het er wel grandioos uit moest zien als ik de desbetreffende kaarsen aan zou steken. Een klein lichtschijnsel zou de muurschildering verlichten en ik zou me in mijn eigen sprookje wanen.
Ik sloop naar beneden en griste een doosje lucifers uit het keukenkastje. Vervolgens sloop ik weer naar boven en stak de kaarsen aan na drie lucifers te hebben gesloopt en wel drieduizend rampscenario's over zwartgeblakerde, instortende huizen door mijn toedoen te hebben bedacht.
Maar dat al viel in het niet bij het resultaat van twee vlammetjes. Ik heb een half uur lang vol verwondering naar mijn muur gestaard.
Mijn nieuwbouwslaapkamer leek zowaar op een Rapunzeltoren.

woensdag 9 juli 2014

Stilte voor de storm slash afslachting

Een voornemen is er  om aan gehouden te worden dus we zetten het een-bericht-per-dag-voornemen voort.  Het gaat enigszins moeilijk wat ik schrijf zowaar op een iPad met een toetsenbord waar mijn worstenvingers niet erg vrolijk van worden.
Ondertussen voel ik in mijn linkeronderrug een raar soort pijn die ik wel vaker voel als ik in dergelijke houdingen op een bank zit en merk ik dat lenzen in hebben als dat officieel hoort best handig is. Ik moet mijn ogen samenpersen en wat al niet meer om te kunnen lezen wat ik schrijf.
Sinds vandaag weet ik waarom een stropdas een stropdas heet en het is zo voor de hand liggend  dat ik er wel om kan huilen dat ik het nooit eerder bedacht heb.
Een gestropte das.
Hoe moeilijk kan het zijn.

Vandaag heb ik voor het eerst de Lion King gezien. Ook het feit dat ik dat nog nooit eerder heb gedaan is om te huilen. Maar ik huilde niet. Ik genoot alleen want het is meer dan bewonderenswaardig hoe prachtig die film is gemaakt. Je gaat terstond meteen van Afrika houden. En van babyleeuwtjes. En van volwassen leeuwen want als zij mannen zouden zijn waren het ongetwijfeld de knapste van de gehele wereld.
Voor mensen die van een woeste haardos houden.

Voor de rest heb ik mijn dag erg nuttig besteed. Ik heb mijn muur beschilderd en ik voel me nu net Rapunzel in haar toren maar dan blijer want ik ben niet opgesloten. Het ziet er  naar eigen zeggen best aardig uit. Als wel dat ik er de hele tijd naar kijk,
Mama vond het wat minder, al was dat meer omdat ik ongeoorloofd op de muur begon te kladderen. Al kon ze het eindresultaat toch wel waarderen en zei ze alleen dat nu niet opeens de hele familie op zijn muur moest gaan verven. En dat zullen ze vast wel laten.

Over  vier minuten arriveert Daan , drie zelfs. Dus ik typ als een bezetene om mijn dagelijkse hersenspinsels af te krijgen op dit akelig kleine toetsenbordje. Wat verlang ik naar het zalige toetsenbord in de studeerkamer.

Nog een leuk dingetje is dat Nederland zometeen moet voetballen tegen het befaamde Messitelftal dus ik ben gans benieuwd of wij vannacht ook zo zullen wenen en klaagzangen zullen opzenden naar boven zoals Brazilie (terecht overigens)wanneer wij , Oranje Leeuwen, het onderspit hebben gedolven. Is dit niet het geval , dan schrijf ik vast een klaagzang voor komende zondag, want ik als doemdenker ben toch wel ietwat bang voor het machtige Duitsland.

Want die finale is best haalbaar natuurlijk.














dinsdag 8 juli 2014

Vacare

Ik had bedacht dat als het vakantie werd ik heel veel tijd zou hebben en dat die dan mooi opgevuld zou kunnen worden met verhaaltjes schrijven. Omdat het wel erg beschamend is dat het vorige bericht ook al weer duizond jaar geleden is geplaatst en een journalist in wording niet erg overtuigend overkomt als ze niet eens de discipline kan vinden om te schrijven.
Na eeuwig gezever en getreuzel en nog meer dingen die normaal zijn in dit gezin staat er  eindelijk een nieuwe computer in de studeerkamer en die ben ik nu aan het inwijden. De eerste bacteriën op dit toetsenbord zijn van mij en ik ben er trots op.

Zoals opgemaakt kan worden uit de eerste paar regels heb ik nu vakantie. Wijl ik dit schrijf raak ik benieuwd daar de herkomst van het woord vakantie want daar heb ik nog nooit over nagedacht en het is een raar woord.
De zinnen worden overigens steeds langer omdat dit toetsenbord een toetsenbord is dat erg fijn typt en daar wil ik optimaal gebruik van maken. Plus ik heb net 'Belevenissen van muurbloem' gelezen en Charlie heeft de gewoonte ook erg lange zinnen te maken en daar heb ik erg van genoten. Charlie is een heel intrigerende jongen. Het boek is dat evenzo. De film ook.
Roos en ik bedachten dat ik misschien maar filmrecensent moest worden dus misschien ga ik hier ooit wel uitgebreid films bespreken en ze aanbevelen of heel erg afkraken, want ik denk dat mijn wereldwijde lezerspubliek hier op zit te wachten.
Terug naar de vakantiedingen. School is afgelopen. Ik heb nul onvoldoendes deze toetsweek, nul tekorten en nul herkansingen en afgezien van het feit dat dit wel heel erg omhooggevallen klinkt ben ik er best wel wat content mee.

Mijn nieuwe Beste Vriend staat nu overigens wat te verstoffen in zijn hoes. En dat is iets wat je een Beste Vriend niet hoort aan te doen dus voornemen nummer veel in deze vakantie is dat ik gauw nieuwe inktlinten ga bestellen om vervolgens allerlei dingen te vereeuwigen op papier met mijn schrijfmachien.
De mevrouw in Een keukenmeidenroman schreef haar boek van tweehondervijftig en nog iets bladzijden ook geheel met haar typemachine en ook al was dat fictief, het moet mogelijk zijn want men deed dat zo tot de jaren negentig.

Ik heb het gevonden.
Vakantie komt uit het latijn - verrassend - van het woord vacantia wat vrijstelling betekent. (ww vacare  betekent 'vrij zijn')
Het leven is zo ingewikkeld nog niet.
Als Google je helpt.



 

zaterdag 26 april 2014





Ik heb een Beste Vriend gevonden.

Ode aan de rommelmarkt.

Deze Beste Vriend kostte  vijf euro.




Koningsdag
Het was Koningsdag en ik struinde over de rommelmarkt. Een miljoen kleedjes , onzichtbaar door nog meer dan een miljoen dingen die de eigenaar als afgedankt beschouwde.
Maar ik heb er mijn boekenkast mee aangevuld, Harry Potter filmcollectie mee uitgebreid en misschien mijn schrijverschap mee bevorderd.
Wijl ik mijn geld zocht nadat ik vroeg hoe veel ze wilden hebben voor dit gele gevaarte lachten de kleedjesmensen mij uit.
'Gaat ze dat ding echt kopen?'
Grinnikend staarden ze naar het meisje dat groef in haar portemonnee , zoekend naar vijf euro. Voor een geel prehistorisch schrijfmiddel dat op hun kleedje lag. Omdat ze het nut ervan vergeten waren.

Maar ik heb een Beste Vriend.
Hij kostte vijf euro.

donderdag 17 april 2014

Het artikel dat de censuur niet overleefde

Toen blauw de kleur van agressie werd

Een vrouw met springerig rode haren schuifelde wat heen en weer voor het bord, schraapte haar keel en begon. Begon met een nadere uitleg over de functie van blauwe regenjassen, portofoons (ook wel de nostalgische walkietalkie) en registratieformulieren. Ze had er vijftig minuten voor nodig. 
Een week later stond er een man voor het bord. Weliswaar zonder springerige rode haren , maar met een ander soort springerigheid, die zich manifesteerde in wild gehuppel door de klas om ons zo duidelijk te maken hoe het Blauwjassenproject in de praktijk uitgevoerd zou moeten worden. We knikten ja, lachten om zijn Brabantse tongval, verbeterden waar nodig  (‘hun’ als onderwerp werd met een zéér hoge frequentie gebruikt; in een klas vol 
vwo-4-leerlingen is geheel op eigen risico en u weet bij voorbaat dat vrijwel niemand dat onbestraft zal laten).
Die lessen zijn nu lang geleden en al enkele maanden patrouilleren de Blauwjassen elke pauze gedwee op alle plekken waar het nodig schijnt. Touwtjes onderaan de jas keurig dichtgeknoopt, dat moet. Gewapend met een walkietalkie voor noodgevallen en registratieformulieren voor tegendraadse leerlingen. 
Enkele leerlingen lijken geen gehoor te geven aan de oproep (lees bevel) de Blauwe jas aan te trekken en met een opgeheven hoofd een ieder die de school bevuilt te straffen. Aan deze standvastigheid hangt wel een prijskaartje. Een te betalen prijs. 
De lessen van mevrouw Roodhaar en meneer Brabant ( vooral die van meneer Brabant) hebben wel hun vruchten afgeworpen. Geen enkele Blauwjas waagt het je persoonlijke cirkel binnen te treden, alle touwtjes zijn dichtgeknoopt, berispingen gebeuren over het algemeen op een vriendelijke toon en de bergen overblijfselen van versnaperingen e.d. lijken ietwat te slinken. Maar of deze vruchten het eten waard zijn, weet ik nog niet zo zeker. Ik reageer geagiteerd als mensen mij commanderen, met een uitgestreken gezicht vertellen wat ik behoor te doen. Mijn gezicht antwoordt hierop door een onaangename uitdrukking aan te nemen en in samenwerking met mijn stem een offensief beginnen tegen de bevelhebber in kwestie. Ik ben, naar ik meen, niet de enige die aan deze stoornis lijdt. Misschien is het geen stoornis, maar een ingebouwd gevoel van eigengereidheid dat bij ieder mens te vinden is, zij het bij iedereen in verschillende mate. Het is me nog niet één keer gebeurd dat een Blauwjas mij vroeg een papiertje op te ruimen. Er was wel een keer een Twixpapiertje dat ik met mijn voet onder de verwarming schoof omdat ik dacht dat niemand het dan zou zien. Maar niets ontgaat het nietsontziende oog van een Blauwjas. En dat werd meteen bevestigd. De retorische vraag ‘Zou je dat alsjeblieft even willen opruimen’ werd gesteld, maar niet aan mij. Ik voelde me ietwat schuldig, maar gniffelde tegelijkertijd toen degene die het bevel ter ore nam, door de knieën ging en het Twixpapiertje vervolgens in de prullenbak deponeerde.
Volgende week ben ik Blauwjas. 
Ik heb altijd al geleden aan een dictatoriale stoornis. Misschien is het geen stoornis. Maar een gevoel van willen heersen, dat ieder mens, zij het in verschillende mate, in zich heeft. 

Geschreven door Anne

vrijdag 11 april 2014

Chef'Special - In Your Arms (Official Video)









Twee uur.



Dat moet haalbaar zijn.



Maar Spotify maakt het een mens met onder andere bovenstaand prachtig liedje niet zo makkelijk.

Al dat rare illegale muziekgeluisteer, arme artiesten, arme studenten die van hun werk afgehouden worden.





Uitstelgedrag

Anne wil Nederlands gaan studeren. De Regionale Voorlichtingsdag, en wel op het Ichthus college in Veenendaal, bevestigde dat deze studie toch wel redelijk interessant is.
Die dag was het prachtig mooi weer. Daarbij komt dat de school voor het eerst bevolkt werd door mensen(komend uit alle hoeken van de regio) die zich niet houden aan alle normale (ongeschreven) gedragsregels, kledingvoorschriften en haardrachten. Daar was een meisje met blauw haar- een bron van inspiratie voor enkelen- een jongen met zulk enorm haar dat het niet opviel dat hij niet groot was en nog veel meer mensen waar ons schooltje, die zich akelig strikt houdt aan het motto 'als je gewoon doet doe je al gek genoeg', een voorbeeld aan zou moeten nemen.
Na al deze mensen uitgebreid bespied te hebben op het plein , waar iedereen elkaar stiekem bekeek omdat je dat automatisch doet als er een zee van mensen over een plein rondwaart en wij mensen ons constant meten aan andere mensen omdat da, ja, een automatisme is-Dus  na dat al begaf ik mij naar de eerste voorlichting. Nederlandse Taal en Cultuur. De andere drie voorlichting waren leuk. Deze was het leukst.
Duizend scenario's over studentenhuizen, mislukte kookkunsten, colleges, feestjes en wat al niet meer zijn al door mijn hoofd geschoten. Het feit dat ik nog ruim twee jaar moet wachten verdring ik, voor zover dat lukt. Al is dat wat lastig met in de examenstress verdrinkende vrienden om je heen. Dan is deze twee jaar uitstel al wat dragelijker, want van gewone toetsweekstress (nu dus)  wordt mijn humeur  dusdanig slecht dat ik niet na wil denken over mijn gemoedstoestand in een situatie met een miljoen keer meer druk.

Wederom is schrijven een vorm van uitstelgedrag. Na een toets die redelijk goed ging vandaag (wiskunde, ja wiskunde) wil ik zo lang mogelijk mijn voldane gevoel koesteren. En het is weekend. Maar weekend krijgt een ietwat andere betekenis als we er een toetsweek omheen bouwen. Morgen moet de arbeider vroeg uit bed. Werken van kwart voor acht in de vroege morgen tot ergens laat, om vervolgens mensen op een verjaardagsfeestje te verblijden met drankjes en versnaperingen. Maar er wacht een enorme hoeveelheid Franse woordjes, zinnen en nog allemaal narigheid plus allerlei wereldgodsdienstige feiten op mij. Die gepropt moet worden in twee luttele dagen.
Dus zo langzamerhand moet ik mij naar boven gaan begeven. Iets wat ik om 1 uur al gedaan had moeten hebben. Het nieuwe ultimatum werd half 2, maar dat tijdstip is ook al ruimschoots overschreden.

Kwart voor twee.

Hoeft niet onmogelijk te zijn.

donderdag 6 februari 2014

Op een onbewoond eiland

Ik wilde eindelijk weer een verhaaltje schrijven. De hoeveelheid dagen dat dat geleden is ga ik niet eens meer tellen. Maar voordat ik kan schrijven moet ik eerst 5 minuten beproeving doorstaan. Alle elektrische apparaten in dit huis zijn niet gemaakt voor niet-stressbestendige mensen. Laat ik net zo'n niet-stressbestendig persoon zijn. (Ik ben overigens net aangenomen bij een supermarkt en de Baas mevrouw benadrukte dat ze wel stressbestendige mensen nodig had. Of ik dat was. Natuurlijk was ik dat.)
Ik vertoef op het vloerkleed in de woonkamer en het gevraag van Inge, het gekwaak van Sissi en Helena in een prachtige tekenfilm en mama's gebrabbel uit een keuken vol lawaai van de afzuigkap zijn ook niet echt bevorderend voor een hoog concentratiegehalte.

'Hoe kies jij?'
Zo luidde de titel van een opdracht op de prachtige site van de decaan van onze school. De opdrachten moeten officieel morgen af zijn dus ik begon een half uurtje geleden vol goede moed. Het eerste stuk ging prima.
Maar toen, toen landde ik aan bij de volgende vraag, even kort samengevat;
Je gaat naar een onbewoond eiland. Voor twee weken. Omstandigheden onbekend. Je wordt weer opgehaald.
Welke vier mensen je dan zou meenemen.

Allemaal namen schoten door mijn hoofd, survivalvaardigheden van personen in kwestie buiten beschouwing latend. Na een minuut heb ik het opgegeven.
Ik vulde in elke vriendvakje in dat ik niet kon en ging kiezen en klikte door naar de volgende vraag.
Die was nog beter. En kwam neer op welke twee mensen je toch niet mee zou nemen als dat nodig zou zijn.
Mijn muis vloog naar het rode kruisje.

Kiezen is moeilijk.