zondag 27 oktober 2013

Twee dagen zijn voorbij gegaan. En persoonlijk vind ik dat al een hele vooruitgang ten opzichte van zevenenzeventig. (als ik het getal voluit schrijf ziet het er wat imposanter uit, maar of dat in dit geval nu in mijn voordeel is..)
Vandaag is papa jarig. Achtenveertig jaren wandelt hij al rond op deze aardbol, drie keer zo lang als ik. 
Ik zal niet zeggen dat het oud is, want ook al heerst er geen censuur wat blogverhalen  betreft, als pa mijn verhaaltje leest en hij ziet dat hij als oud wordt bestempeld, zal dat heel wat vurige discussies opleveren aan tafel.
Hier uit moet je dus ook nĂ­et concluderen dat ik pa oud vind en dat subtiel verwerk in zinnen die zogenaamd het tegenovergestelde beweren.

Het feit dat morgen mijn wekker me weer wekt - terwijl ik mijn zin formuleer bedenk ik even dat wekker wel een heel logisch woord is voor een apparaat dat je wekt, nog nooit goed over nagedacht, tot nu, en ik vind het fascinerend. Dat zoiets iets simpels je soms pas opvalt na zestien jaar.- maakt me een beetje neerslachtig.
Morgen gaat het stormen wordt overal verteld.
Maar zo barmhartig dat School ons morgen om die reden vrij geeft is School niet. Was het maar zo'n feest. 
Plus we moeten nog Franse filmpjes bouwen.
Plus ik moet mijn slaapgedrag echt drastisch gaan veranderen.
Plus mijn tegenzin is enorm groot. Meer dan enorm.
Dit alles bij elkaar opgeteld maakt me nog neerslachtiger dan ik al was met alleen het idee van die wekkende wekker in mijn hoofd.
Wekkende wekker. Dubbelop.

Ik blijf maar in mijn ogen wrijven. Sinds drie of vier weken zitten er lenzen in. Alles is scherp, die eerste dagen was de wereld zo prachtig. Nog steeds. 
Minpuntje is dat het voelt alsof er vliegjes in je ogen aan het stoeien zijn, nu is het bij mij zo dat het vliegje al bijna uitgeschakeld is, maar soms nog wat stuiptrekt, wat mij eeuwig doet wrijven in mijn ogen. 
Pas was het zo dramatisch dat Lens helemaal boven op mijn oog op het oogwit lag, keek ik recht vooruit zag ik Lens helemaal niet meer. ( in de spiegel)
Ik werd chagrijnig. Daarna boos. Toen woedend.
Als een bezetene prikte ik onophoudelijk met mijn blauwe zuignapje in en op mijn oog. Na een kwartier geprik, gepor en getraan zat mijn Lensje daar, op het blauwe zuignapje. Opgelucht stopte ik 'm vlug in het doosje.
Waar hij de komende tijd heerlijk mocht vertoeven. 
Ogen hebben ook rust nodig zei de brillenman.