dinsdag 6 juni 2017

DOE IETS

De vraag is, de vraag blijft, Adriana Oevermans, wil jij in je leven  nog wat doen met die Liefde voor Letters, of niet?

Eens in de zoveel maanden herinnert iets je aan het bestaan van dit medium en hop, dan voel je je verplicht iets te typen en de wereld in te zenden, want o ja, daar hield je van. Vervolgens staar je wat naar het witte velletje voor je en is de strekking van de eerste zin immer hetzelfde, je hebt de boel weer moedwillig laten versloffen en daar moet je je voor verontschuldigen, die neplezers in Brazilië vragen zich immers wanhopig af waarom het zo doodstil is op die verhaaltjessite die ze vroeger trouw lazen omdat ie zo bruisend, vurig en vol leven was.

Eens in de zoveel tijd bedenk je je dat het toch wel spijtig is dat die stabiliteit van een schoolkrant die niets kon maar jij wel verdwenen is, en dat je eigenlijk iets nieuws moet zoeken want anders komt er niets uit je vingers. Maar Vooys is eng, Spraakwater is alleen voor de fanatiekelingen op je studie en AdRem, och AdRem, Rode Vriend, is eigenlijk de prins op het witte paard, maar je bent een Kei Steen Rots in het laten voorbij gaan van paarden. Met prinsen erop.
Ze zouden me eens een schop onder mijn kont moeten geven, zeg je dan. Mis.

Jij, Adriana Oevermans, Jij zou jezelf eens een schop onder je kon moeten geven.

maandag 31 oktober 2016

Sloompie

De pensioenleeftijd gaat in 2021 weer omhoog. Een verontwaardigd arbeidzaam mens riep op het internet al 'Ja ja leeftijdsverwachtig'  en iets in de geest van Dat zegt toch niet dat ze zeker weten dat we veel ouder worden en veel meer kunnen werken en verontwaardiging. Er even vanuit gaande dat een mens begint met werken als hij zo'n 24 jaar oud is - een mens is in dit geval ikzelf want voor heel Nederland spreken is wat lastig - en dat je dat vervolgens 43 jaar en een onbekend aantal maanden moet volhouden is best een groot stuk tijd. Vanaf dat wij de baarmoeder verlaten is de Wereld het Leven ingericht op Werken. Naar school gaan jezelf ontplooien heel veel leren vaardigheden leren ervaringen op doen,  als je ziek bent terwijl je op school zou moeten zijn  moet dat het liefst gauw voorbij gaan anders loop je alles wat jou voorbereidt op het Leven mis en als je klaar bent met je voorbereiden op Het Leven mag je het Leven in wandelen, maar wel het liefst met hoge snelheid anders kun je de boel niet bijbenen en aan sloompies heeft de Wereld niets.
En serieus dat we alles nemen, want anders stort de hele constructie in mekaar en als je dan naar de puinhopen staat te kijken wordt het (weer) pijnlijk duidelijk hoe wankel die constructie alias het leven eigenlijk wel niet was.
Dergelijke existentiële twijfels angsten denkbeelden hersenspinsels komen voornamelijk voort uit het feit dat ik werkelijk niet weet waar ik die drieënveertig jaar en dat onbekende aantal maanden mee moet vullen - de tijd daarom heen lijkt geen probleem - en de vraag is welk luciferhoutje in die wankele constructie ik eens zal moeten zijn.

Maar misschien maakt het niet uit dat ik dat tegen het einde van die 24 jaren aan voorbereiding nog niet weet.

maandag 3 oktober 2016

Kleutertje

In een vlaag van dommigheid riep ik pas aan tafel; 'En wij leven toch in zo'n saaie tijd'

Ik vond het toen niet dom, ik zei het omdat ik het vond.
We waren ons avondeten aan het eten, thuis, en ik weet niet meer waarom we het over dergelijke dingen hadden, maar blijkbaar ervaarde ik op dat moment de Grote Saaiheid van deze Tijd. Dit kwam voort uit een soort ongenoegen dat ik de noodzaak niet voel/de noodzaak er niet is om er met een spandoek op uit te trekken en leuzen te scanderen, met bh's te slingeren. Ik houd nogal van kritiek geven op dingen, situaties, mensen, voorvalletjes, problemen die ik zelf toch niet op kan lossen, dus in het kader daarvan had ik me best kunnen vinden in de/een protestgeneratie - zonder Baas in eigen Buik.
Meteen nadat ik zei wat ik zei, dat van die saaie tijd, begon Va over dingen als; het gebeurt nu zonder dat je het ziet, het is geheimzinnig, het gaat achter onze rug om, kijk uit, HET IS ER WEL.
Hij kan grote dingen altijd lekker abstract brengen zodat je er nét de vinger niet op kunt leggen terwijl het klinkt alsof hij het allemaal begrijpt - en dit is tot op zekere (grote) hoogte ook zo.
Voor mij geldt dat niet.
En daar zit 'm het probleem in. Ik zie het niet. Ik kan studeren, zonder énige moeite - wat de centjes betreft. Ik heb rechten, als vrouw - meisje. Ik mag stemmen - kleutertje van achttien.
En daar heb ik geen ene reet voor hoeven doen. Nooit niet.

Ik zag zojuist het fragment uit de De Wereld Draait Door waarin Nasrdin Dchar zijn speech hield, over en voor Ieder1.
Die maakte in een kleine zes minuten pijnlijk duidelijk dat de spandoeken de kast wel weer uit mogen en dat krommigheden van déze tijd lang niet zo onzichtbaar zijn als ik dacht.


http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/364398 > zie hier Nasrdin Dchar





donderdag 11 februari 2016

Van Slablaadjes en Grote Voeten

Omdat ze me bij BEAM niet moeten blijven we lekker zeer regelmatig babbelen op dit medium. Dit was het proefverhaaltje geschreven voor de columnistenvacature bij eerder genoemde organisatie.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Van Slablaadjes en Grote Voeten



Onlangs was er een mevrouw die het stom vond dat alle barbies eruitzien alsof ze één slablaadje per dag eten, of helemaal geen en dat hun nek zo lang is dat een normaal mens met een dergelijke nek het niet zou overleven. En dus knutselde ze een Barbie die gewone (volgens Volkskrant ‘grote’) maten had. Ik bekeek de foto’s die onder het artikel stonden en gunst, die Normalematenbarbie, Grotematenbarbie zo u wilt, dat was ik.

 Ze is haast een kop kleiner, heeft zowaar heupen, dijen en vetjes - van die nare vetjes die plooien veroorzaken daar bij je rug en daar voor altijd blijven zitten, hoe veel of hoe weinig slablaadjes je ook eet. En ze heeft een buik. Ik kon me voor het eerst in mijn hele leven identificeren met Barbie.
Vader noemt mij altijd Sam. Sam is een hobbit (die van Lord of the Rings). Hobbits zijn klein en soms een beetje onhandig, maar ze genieten van de kleine mooie dingen in het leven zoals goed voedsel, fijne vrinden, vuurwerkspektakels van Gandalf, heuvels, bergen, bloemetjes en welverdiende rust. Zoals eerder gezegd zijn ze klein. Ik hield onlangs een presentatie voor een boel mensen in het kader van mijn profielwerkstuk dat onder andere over deze hobbits ging. Om het publiek duidelijk te maken dat hobbits nogal in lengte verschillen van ons mensen illustreerde ik dit even met een handgebaar: ‘Kijk hobbits zijn ongeveer zo groot’ terwijl ik met mijn hand ergens op mijn borst een denkbeeldig lijntje trok. Later zei iemand dat de mensen in de zaal toen een beetje moesten grinniken aangezien er een leerling van hobbitformaat stond te presenteren.
Ook hebben hobbits grote voeten en ze plegen dan ook blootsvoets door het leven te gaan, want waarom schoeisel aan de voeten als die voeten in kwestie net zo goed dan wel beter bestand zijn tegen Moeder Natuur. Ik heb ook grote voeten. Een poging om mijn lengte te compenseren denk ik zo.
In de Gouw – het wonderschone plekje in Midden-Aarde waar deze hobbits wonen – schijnen ze zich helemaal niet druk te maken om wespentailles of negentig-zestig-negentig of onderkinnen en na Oud en Nieuw doen ze vast niet zo wanhopig hun best om er weer uit te zien als voorheen of zoals ze wensten dat ze er voorheen (en nadien) uitzagen. Maar zij hebben hoogstwaarschijnlijk geen barbies.
Wij hebben wel barbies. Maar we hebben ook hobbitverhalen. Ik ben er zelf bijna een. Het is maar net waar je het vaakst naar kijkt.

maandag 16 november 2015

Flying Colors

Om eerlijk te zijn word ik doodmoe van welke mening wie dan ook heeft over Parijs, misschien komt dit door mijn  alom aanwezige gewoonte van schoppen tegen meningen van anderen die niet hetzelfde zijn als die van mij of dat ze zo wanstaltig zijn dat ik ervan moet huilen of dat ze eigenlijk wél ergens op slaan, maar dat laatste blijkt altijd lastig om te onderkennen.

Maar Parijs dus. Facebook kleurde rood-wit-blauw-verticaal met als reactie mensen die op hun blog schreven dat van een Franse vlag over je smoel (citaatje) de wereld heus niet beter wordt of dat er opeens zoveel aandacht geschonken wordt aan Parijs terwijl er nog honderdduizend andere mensen doodgaan door terroristische aanslagen in plaatsen die níet Parijs zijn en er cirkelen plaatjes rond waar dode Afrikanen op staan die niet zo uitgebreid in het nieuws zijn gekomen en dus zou het ons niet uitmaken dat ze dood zijn.
De een zegt Pray For Paris, Charlie Hebdo zegt dat ze genoeg hebben van religie, politici zeggen dat onze manier van leven kwetsbaar is maar dat de dreiging heus niet groter is geworden dan hij al was en Frankrijk bombardeert Raqqa omdat ze boos is. 

Ik vind dit zonder enige twijfel allemaal waar, of in ieder geval is er in elk standpunt of vorm van gedrag wel een kern van waarheid te bespeuren. Maar waarom mogen mensen geen roodwitblauwfilter over hun smoel plakken als dat hun manier is om steun te betuigen - ikzelf heb het (nog) niet gedaan omdat ik er nog niet over uit ben of ik op deze manier wil laten zien dat ik wat er is gebeurd erg vind - en waarom is het fout te bidden voor Parijs als je denkt dat dit helpt. Waarom zouden wij het niet erg vinden dat er mensen in Afrika sterven door gelijksoortige gruwelen omdat het minder in de media naar voren komt. En is het gek dat wij ons op dit moment even iets drukker maken om Parijs, omdat dit nu eenmaal honderden kilometers dichterbij ligt dan dergelijke andere plaatsen. Zoals Aaf Brandt Corstius schreef : ' Want : Iedereen kent Parijs.'
En hier slaat ze de spijker op zijn kop.

En dus lijkt het mij ietwat hypocriet om te zeggen dat het hypocriet is om te rouwen om Parijs door een Franse vlag over je smoel te plakken en niet om de rest van de wereld, als je geen alternatief aandraagt en vergéét te rouwen. 

maandag 17 augustus 2015

Aut viam inveniam, aut faciam

Ik luister voor de eerste keer naar het Discover-Weekly-Lijstje dat Spotify voor je samenstelt met muziek die bij je zou moeten passen op basis van je muziekverleden. Het klopt aardig en de muziek is prachtig. Maar ik heb niets zelf uitgezocht, dus ergens voelt het lui dat ik hier naar luister. 
Ik weet ook niet waarom ik muziek mooi vind. Driekwart van de tijd versta ik niets van de tekst, of doe in ieder geval geen enkele moeite om dit wel te doen en wat er dan over blijft zijn losse woorden en een (mooie) melodie. Maar waarom zou de tekst het hoogste aandeel moeten hebben in mate van mooiheid als ik instrumentale muziek ook fijn vind. 
Ik snap er niets van. 

Soundtrack van Schindler's List draait nu, ijzingwekkend mooi, moet de film nog zien

Zojuist las ik het een en ander op de website van een oud-leerling van het Ichthus College en tevens ex-schoolkrantredacteur (en ex-collega).
Zijn archief bevat zo'n tweehonderdnegenenzeventig artikelen, allemaal goed en interessant (denk ik, ik heb lang niet alles gelezen). 
Columnist was hij bij ons schoolkrantje en iedereen vond het verdraaid jammer toen hij examen deed en uitvloog. 

Toen ik dat indrukwekkende getal zag dacht ik aan mijn eigen nietige, lullige archiefje. Al tijden neem ik me voor het aantal woorden op te schroeven maar men heeft hier te kampen  met een alom aanwezig disciplineprobleem. 
En maar piepen en klagen en steunen en kreunen over dat probleem in kwestie in plaats van er gewoon iets aan te dóén. 

Discover Weekly is fantastisch, een een of ander opruiend soortement filmlied maakt me ineens erg strijdlustig. 
Voortaan drie blogberichten op één dag. 
Achtergrondmuziek in het leven, dat lijkt me puik. Passend bij je gemoedstoestand, of juist niet, zodat je gemoedstoestand verandert wanneer dat gewenst is. 

School begint bijna en elke dag beleef ik minstens één angstvisioen. 
Mondelingen, PWS, examens, slagen of zakken of herkansingen of voor altijd op het Ichthus blijven of vallen op de rode loper met het gala of niet eens bij het gala aankomen wegens allerlei onvoorziene ongewenste aangelegenheden of de fijnste mensen die ik in jaren heb ik gekend uitzwaaien en hopen dat ik ze ooit nog eens zal zien.

Het liedje van nu met heel veel droevige violen brengt me in mineurstemming. (Mineurstemming is een term die Oskar in Extremely loud and Incredibly Close vaak gebruikt als hij niet vrolijk is. Oskar is negen jaar, zijn vader is dood en hij heeft een laboratorium en is amateurwetenschapper en schrijft brieven met Steven Hawking. Heel goed boek, wel ingewikkeld en droevig en het einde weet ik nog niet.)


Ik hoop dat bovenstaande dingen allemaal níet fout gaan en dat ik , zij het met enige horten en stoten, door die examens en de rest heen fiets en misschien ook nog wel een studie vind die fijn is. Gister las ik de beschrijving van Nederlandse Taal en Cultuur op de site van de Universiteit Utrecht en het weerhield me er haast van om ook nog maar één open dag elders te bezoeken. Ik zou niet weten wat ik anders moest doen. Afgezien van een enigszins acceptabel archief opbouwen zodat ik ooit eens serieus genomen zal worden door de wereld. 


Het Cellomuziekje met hier en daar wat piano doet me denken dat dit misschien wel eens mogelijk zou kunnen zijn. 

donderdag 18 juni 2015

Een mooi aanradertje is overigens





Over Wales en Londen en Verschilletjes en de Jaren Tachtig en een Goed Thema.
Ik vond het fantastisch en moest niet stiekem een beetje huilen.